Logopedisten houden zich bezig met allerlei stoornissen op het gebied van communicatie. Goed communiceren is een middel om contact te maken met andere mensen en om informatie uit te wisselen. Door communicatiestoornissen kunnen beperkingen optreden in het sociaal-emotioneel functioneren (contact maken en uiten/verwerken van gevoelens) en in het opnemen en verwerken van informatie met als mogelijk gevolg leerstoornissen.

Logopedie kent meerdere behandelgebieden: stem, spraak, taal, gehoor en slikken.

De grenzen van deze gebieden zijn ruim getrokken, want ook de voorwaarden voor een goede stem, spraak, taal of gehoor vallen hieronder. Daarnaast behandelen logopedisten aanverwante stoornissen zoals slik- of ademhalingsstoornissen. Hierdoor kunnen de logopedische behandelgebieden die van andere hulpverleners overlappen.

De logopedist werkt vaak samen met de huisarts, school, schoolarts, (kinder)fysiotherapeut en/of specialist.

Niet alleen taal, spraak, stem of gehoor zijn bepalend voor het welslagen van de communicatie. Zo kunnen bijvoorbeeld een verstandelijke handicap of aan autisme verwante stoornissen de communicatie negatief beïnvloeden. Ook hier kan de logopediste een helpende hand bieden bij de signalering en doorverwijzing.

De logopedist biedt therapie en advies aan mensen die problemen ondervinden bij het communiceren.

Deze problemen worden onderverdeeld in de volgende aandachtsgebieden: * Stem * Spraak * Taal * Eten & drinken (slikken) * Gehoor * Adem

Stem

Stemklachten

Als men in het dagelijks leven de stem intensief moet gebruiken bij spreken en zingen, kan dit keelpijn en stemklachten tot gevolg hebben.Intensief stemgebruik vermoeit de keel en het fijne weefsel van de stembanden. Die vermoeidheid kan zich over het hele lichaam uitbreiden, zodat men zich aan het einde van de dag soms doodop voelt. Er kan een gevoel bestaan van een slijmpropje of kriebel in de keel dat niet weggeslikt kan worden. De keel kan branderig, pijnlijk of dichtgesnoerd aanvoelen en is geïrriteerd. Deze klachten kunnen ook voorkomen bij veelvuldig keelschrapen en kuchen.

Iedereen kan deze keelklachten krijgen, bijvoorbeeld na een feest of tijdens een verkoudheid. Ze zijn dan van voorbijgaande aard. Als echter keelpijn na intensief stemgebruik regelmatig blijft voorkomen, kan men daarvan zoveel hinder ondervinden, dat de zin om te spreken afneemt. Bovendien kunnen personen met een spreekberoep op den duur stemklachten ontwikkelen. De stem wordt hees of schor, valt weg en kan niet meer zo gebruikt worden als men wilt. Vaak ontstaat dit omdat er niet de juiste verhouding is tussen stembelasting en stemrust; de stem heeft onvoldoende tijd om te herstellen.Naast mensen met een spreekberoep kunnen ook bijvoorbeeld studenten en koorzangers last krijgen van stemproblemen.

Keelklachten en stemklachten bij intensief stemgebruik kunnen wijzen op een verkeerd gebruik van de stem. De KNO-arts zal een eventuele organische oorzaak, zoals een poliepje of stembandknobbeltjes, uitsluiten.

Meer informatie
Ieder 1 stem Hoe laat je je stem gezond zijn werk doen en wat doe je als je stemproblemen krijgt.
Kiesbeter Symptomen en oorzaken van heesheid. Wat kunt u zelf doen bij heesheid?

 

Wat doet een logopedist?
De logopedist verricht (stem)onderzoek, stelt de logopedische diagnose en maakt een behandelplan. In de behandeling let ze op de lichaamshouding als voorwaarde voor een goed gebruik van de stem. Er zal gewerkt worden aan de ademhaling (adembeweging en ademritme) en aan een ontspannen manier van stemgeven. De logopedist beschikt hierbij over verschillende technieken en oefeningen.

Ook wordt bekeken hoe het stemgebruik van de patiënt in het dagelijks leven is, om advies op maat te kunnen geven. Stemsparende adviezen, ook wel stemhygiënische adviezen genoemd, zullen gegeven worden. Daarbij besteedt de logopedist aandacht aan arbeidsomstandigheden als akoestiek en omgevingslawaai. Als men zich de aangereikte technieken eigen maakt en de stemsparende maatregelen ter harte neemt, kunnen de keel- en stemklachten geheel verdwijnen.

 

Meer informatie kunt u vinden op:

https://www.logopedie.nl/paginas/openbaar/wat-is-logopedie/stem

Taal

Taal

Taal zorgt ervoor dat wij met elkaar contact kunnen hebben, onze gedachten en gevoelens kenbaar kunnen maken en duidelijk kunnen maken wat we willen en denken.

Voor ieder mens is taal een cruciaal hulpmiddel.  Als je de taal niet of onvoldoende beheerst, dan ben je beperkt in je mogelijkheid om met anderen te communiceren.

Dit kan allerlei gevolgen hebben, zoals gedragsproblemen. Werken aan taal is dus werken aan een betere communicatie.

Stoornissen
De belangrijkste taal georiënteerde stoornissen zijn:

  • Taalontwikkelingsstoornissen bij kinderen
  • Afasie: het verlies van taalvermogen na een hersenbloeding of beroerte, of na een hersenbeschadiging als gevolg van een ongeval, operatie of ziekte
  • Lees-en schrijfstoornissen: lezen en schrijven zijn, evenals horen en spreken, vormen van taal. Stoornissen op dit gebied zoals dyslexie vallen dus ook onder taalstoornissen.
  • Ook het meertalig opgroeien kan voor taalproblemen zorgen als er sprake is van taalzwakte.

Meer informatie kunt u vinden op:

www.logopedie.nl/paginas/openbaar/wat-is-logopedie/taal

Eten en drinken

Slikken

Logopedisten behandelen problemen die met slikken te maken hebben. Bij heel jonge kinderen kunnen er problemen in de mond voorkomen bij zuigen, slikken en kauwen. Dit heet prelogopedie. Oorzaken zijn neurologische afwijkingen of bijvoorbeeld een lange periode van sondevoeding. De logopedist zorgt dat deze mondfuncties zich ontwikkelen en herstellen. Ook bij ouderen kunnen stoornissen in de mond ontstaan, bijvoorbeeld door een beroerte of dementie.

Eten en drinken is een complex proces waarbij tal van spieren betrokken zijn: hand- en armspieren, gelaats- en kaakspieren, de tong, de keel en de slokdarmspierren. Zwakte – hoe dan ook veroorzaakt – kan eet- en slikproblemen veroorzaken. Wanneer de spieren die het slikken controleren, verzwakt zijn, gaat speeksel zich verzamelen in de mond alwaar het kan ‘weglopen’ uit de mond. Het speeksel kan ook terechtkomen in de luchtwegen met verslikking tot gevolg. Dit veroorzaakt vaak grote paniek bij de patiënt en zijn omgeving. Verslikken komt eerder voor bij drinken dan bij het nuttigen van vast voedsel. De kans op verslikken neemt toe bij vermoeidheid, emoties en spreken tijdens eten en drinken.

Bij slikproblemen kan onder andere aandacht worden genschonken aan verbetering van de houding en aan het trainen van de spieren die een rol spelen bij het slikproces; samen met de logopedist kan de patiënt leren hoe hij de kans op verslikken zo klein mogelijk kan maken. Verandering van de voedselconsistentie (bijvoorbeeld het indikken van dranken) of aangepast drinkgerei zoals speciale bekers of rietjes kunnen hierbij helpen.

Bij de onderstaande problemen op het gebied van ‘slikstoornissen’ kan logopedische begeleiding zinvol zijn:

Afwijkende mondgewoonten:
Wanneer na het wisselen van de voortanden nog sprake is van duim- of vingerzuigen, voortdurend de mond openstaat en/of er sprake is van afwijkend slikken met het persen van de tong tegen of tussen de tanden. Vaak ligt de tong ook tijdens rust en spreken zichtbaar tussen de tanden.

Gehemeltespleet/schisis:
Wanneer een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet problemen geeft met het voeden en/of spreken.

Sondevoeding:
Wanneer de voeding door middel van een slangetje, meestal via de neus, wordt ingebracht. Vaak wordt de logopedist ín het ziekenhuis ingeschakeld wanneer besloten wordt van sondevoeding naar orale voeding over te schakelen.

Eet- en drinkstoornissen bij kinderen/volwassenen met hersenletsel:
Wanneer door de afwijkende werking van de hersenfuncties, er niet alleen problemen zijn met de algemene bewegingen (het spiergevoel en de motoriek) zijn, maar ook problemen met de mondfuncties, vooral met slikken.

Meer informatie kunt u vinden op :

https://www.logopedie.nl/paginas/openbaar/wat-is-logopedie/slikken

Spraak

Spraak

We spreken in zinnen die bestaan uit woorden, lettergrepen en letters. Elke letter heeft zijn eigen klank. Woorden bestaan uit verschillende klanken achter elkaar.

Kinderen leren de klanken van hun ouders / opvoeders, door na te doen. Door het verkeerd uitspreken van een letter (of combinaties ervan) krijgen woorden een andere betekenis.

De spieren van lippen en tong verzorgen de spraak (articulatie).

De meest voorkomende stoornissen van de spraak zijn :

 

  • Slissen, dit is spreken met de tong tussen of tegen de tanden (bij klanken als s,z,t,d,n en l) en vaak ook met een te slappe tong
  • Stotteren
  • Spraakontwikkelingsstoornissen (klanken weglaten of vervangen door andere klanken)
  • Algemene articulatiestoornissen zoals het niet goed kunnen uitspreken van een bepaalde klank (bijvoorbeeld de r)
  • Verbale dyspraxie, dit komt zowel bij kinderen voor als bij volwassenen. Dit is een stoornis in het besturen van de spraakspieren, waardoor klanken niet zo worden uitgesproken als ze zijn bedoeld.
  • Een hersenziekte kan het spraakvermogen aantasten (Parkinson)
    Na een hersenbloeding, een herseninfarct of een hersenbeschadiging (na een ongeval) kunnen verlammingen van de spraakspieren optreden of verbale dyspraxie ontstaan.
  • Schisis;
    Bij kinderen met een aangeboren gehemelte- of lipspleet (schisis) is de spraak vaak minder verstaanbaar. Doordat het gehemelte niet goed kan worden opgetrokken, ontsnapt bij spreken teveel lucht door de neus. Door vervorming van de lip door een lipspleet lukt de uitspraak van sommige klanken (zoals b, p en m) soms niet goed
  • Nasaliteit
    Ook zonder vervormingen aan het gehemelte wordt het gehemelte soms niet goed opgetrokken, waardoor teveel lucht ontsnapt bij spreken. Er is dan sprake van open nasaliteit. Wanneer geen of te weinig gebruik wordt gemaakt van de neusweg bij het spreken, is er sprake van gesloten nasaliteit.

Andere functies die te maken hebben met het gebruik van spieren van lippen en tong kunnen worden behandeld, denk aan:

Eet- en drinkstoornissen, aangeboren bij kleine baby’s of als gevolg van hersenziekten bij ouderen

Afwijkend mondgedrag zoals het zuigen op vingers of speen, bijten op nagels, open mondgedrag en/ of mondademen.

Meer informatie over spraakstoornissen kunt u vinden op :

https://www.logopedie.nl/paginas/openbaar/wat-is-logopedie/spraak

Gehoor

Gehoor

Communiceren is een combinatie van spreken en luisteren. Die twee functies horen bij elkaar, als je een gesprek voert met iemand. Je reageert op wat de ander zegt en hoe jij dat (gesproken geluid) waarneemt. Hoe je hoort beïnvloedt de reactie. Als je iets niet helemaal verstaan hebt, vraag je om te herhalen. Omdat logopedie gaat over communicatie, kijkt de logopedist ook naar het gehoor.

Voor de communicatie is het belangrijk dat het gehoor in orde is. Je moet:

Horen wat een ander zegt
Wat je zelf zegt moet worden gehoord om goed te kunnen spreken (bijvoorbeeld als voorwaarde voor articulatietraining)
Als je niet (meer) kunt horen, dan is het belangrijk om te leren hoe je moet liplezen (spraakafzien) of hoe (ondersteunende) gebarentaal te gebruiken. De logopedist in een audiologisch centrum kan tevens gehoortesten afnemen en hoorapparatuur aanpassen
Goed kunnen luisteren: aandacht en concentratie zijn hierbij belangrijk
Op het gehoor klanken kunnen herkennen en weten welke letter bij welke klank hoort, wat voorwaarden zijn voor het leren lezen.

Meer informatie over het gehoor kunt u vinden op:

https://www.logopedie.nl/paginas/openbaar/wat-is-logopedie/gehoor

Adem

Gemiddeld ademen we 12 keer per minuut en zo gebruiken we ongeveer 8000 liter lucht per etmaal. Uit de lucht halen we zuurstof en we ademen kooldioxide uit.
Om te ademen gebruiken we de volgende lichaamsdelen: De borstkas, de luchtpijp, de longen en de adem- en buikspieren.
Wanneer we niet goed ademen kunnen de volgende problemen ontstaan:

1. Verkeerde spreekadem
Er wordt dan verkeerd geademd bij het spreken waardoor mensen “achter de adem raken”. Dat betekent dat er langer gesproken wordt dan dat er lucht voor is. Meestal volgt daarna een gespannen en hoorbare manier van inademen om weer voldoende lucht te krijgen. De logopedist leert een goede spreekadem aan, waardoor er beter geademd wordt tijdens het spreken.

2. Hyperventilatie
Bij hyperventilatie wordt er te snel en te oppervlakkig geademd. Hierdoor bevat het bloed te veel zuurstof en te weinig kooldioxide. Verschijnselen van hyperventilatie zijn: duizeligheid, tintelingen in de armen en handen, zweten, hartkloppingen, drukkend gevoel op de borst en ademnood. De logopedist leert een goede manier van ademen aan, vaak in combinatie met ontspanningsoefeningen.

3. Stemproblemen
Om de stem in goede conditie te houden is het belangrijk dat een goede manier van ademen wordt gebruikt. De adem en de stem zijn zeer nauw met elkaar verbonden. Wanneer er een gespannen of afwijkende manier van ademen voorkomt, heeft dit vaak gevolgen voor de stem. De stem kan daardoor minder goed functioneren en ontstaan er stemklachten. Bijvoorbeeld: snel vermoeide stem, een dik gevoel bij de stem, heesheidklachten. De logopedist leert een goede adem aan in combinatie met stemoefeningen.

4. Longproblemen
Bij langdurige aandoeningen van de luchtwegen, zoals astma, bronchitis en longemfyseem. De logopedist leert een goede manier van ademen aan, vaak in combinatie met ontspanningsoefeningen.

De logopedist houdt zich niet alleen bezig met het oplossen van problemen, maar kan bijv. ook mensen begeleiden die regelmatig moeten presenteren. Daarom werken er logopedisten in bedrijven, aan toneelscholen, conservatoria en op lerarenopleidingen.

De logopedist houdt zich, als deskundige op het gebied van de spraak- en taalontwikkeling, ook bezig met preventie en voorlichting zoals op scholen en in jeugdgezondheidszorginstellingen.